Raikwa de Karrenman

Raikwa de Karrenman

 

Het juiste geschenk

 

Daar was eens een Koning die Janusruti hete. Hij regeerde een Koninkrijk dat Mahavarsha heten. Hij stond bekend als een goede Koning, juist en genadevol naar zijn onderdanen. Hij was in het bijzonder bekend om zijn liefdadigheid en zijn vrijgevigheid. Hij richtte vele gratis voedsel huizen op. Hij bouwde vele rusthuizen langs de Koninklijke wegen. Over zijn gulheid sprak iedereen.

Hij voelde zich trots dat hij in dit leven zoveel heeft kunnen bereiken. Hij dacht dat het de beste manier was om goddelijke verdienste te verkrijgen en vrede in de mind. Hij geloofde dat hij de grootste beschermheer was en dat er niemand zoals hij was. Hij meet zijn verdienste af aan de hoeveelheid geschenken en geld dat hij had weg gegeven.

Op een avond na een dag hard werken, ruste hij op het terras in het paleis. Zoals hij daar lag onder de sterrenhemel, vlogen er twee witte zwanen recht boven hem richting hun slaapplaats. Terwijl zij aan het kletsen waren en aan het roddelen, kon de koning hun verstaan.

“De mannelijke vogel zei tegen zijn vriendin”: “Jij blinde vleermuis! Zie je niet de fel verlichte band van licht dat van de koning Janusruti afkomt? Wees je bewust dat je het felle licht niet doorkruist zodat je jezelf verbrand. “Je dient te weten dat er op dit moment niemand zo beroemd is voor zijn liefdadigheid als hij.”

De vrouwelijke vogel lachte: “Waarom heb je me nu dan gedreigd, liefste? Wij zijn de zwervers van de hemel. Wij weten meer over de wereld dan andere. Bovendien is de verdienste van deze koning meer dan dat van Raikwa, de Karrenman? De Koning is gek op zijn naam en bekendheid. Dat is het wat hem tot actie beweegt. Hij is rusteloos met al zijn vrijgevigheden. Hij verlangd naar lofprijzingen. Raikwa, zittend waar hij is, aangetrokken tot zichzelf, de verdienste van alles omhem heen, zoals een meer dat het water in zich terug trekt van de oever. In vrede met zichzelf, hij doet wat die moet doen en kan doen, en denkt niet aan morgen.”

Aldus de wegtrekken vogels, en de schaduw van de nacht omsluit de slapende aarde.

Maar de koning die naar het gesprek had geluisterd, werd heel erg rusteloos. Raikwa’s naam begon hem te achtervolgen. “Ik moet hem vinden deze onbekende man, die in vrede is met zichzelf en met de wereld,” zei hij vast besloten. Toen hij sliep, dacht hij aan een snelle manier om Raikwa te vinden.

In de ochtend, begonnen de vogels de gebeden te zingen die zoals gebruikelijk de koning uit zijn slaap haalde. Maar op die morgen, voelde de koning zich niet gelukkig met de gebruikelijke lofprijzingen. Hij werd zich bewust dat er personen waren die groter waren dan dat hij is en dat zij meer lofprijzingen verdienen dan hijzelf. De vogels zongen, “Word wakker, grote koning, de meest gulle en machtigste man, gever van liefdadigheid met honderd handen, en vader van de zeven werelden, wordt wakker, want het is ochtend. Bedelaars van alle hoeken van de wereld wachten op de gulle giften.”

Maar hij stopte ze met het herhalen van de woorden. Hij vermaande de zangers, zeggend, “verspil niet die scheldnamen aan mij. Daar is iemand die groter is dan mijzelf, misschien honderdvoudig keer beter. Ga naar de grenzen van mijn koninkrijk en zoek hem. Ik zal niet gelukkig zijn voordat ik deze ziel heb gevonden.”

De bediende van de koning, die verast waren door zijn opdracht, gingen op zoek naar Raikwa, de vreemde Karrenman, omschreven door de koning als een grote ziel. Sommige van zijn bediende keerde na een paar dagen terug zonder Raikwa te kunnen vinden. Maar de koning was niet tevreden, en vroeg ze om te gaan zoeken op plaatsen waar de kenners van Brahman (Het Universele Zelf), de bezitters van spirituele kennis normaal gesproken verblijven. Als de bediende inzien dat de koning nooit rust zal vinden totdat hij de filosoof zou ontmoeten, gingen ze weer op zoek naar Raikwa. Zij begonnen de dorpen te doorzoeken in het koninkrijk van Mahavarsha. In een van de afgelegen dorpen, werd hun een eenvoudige man, schijnbaar een Karrenman, getoond. Hij was Raikwa.

Met een intense kalmte op zijn gezicht en met oneindige vriendelijkheid in zijn ogen, zat daar Raikwa (in de schaduw van zijn kar) vlakbij zijn kleine huisje. De bediende twijfelde voor even: “wat een gek is onze koning! Hij accepteert dat deze man groter is dan hijzelf! Blijkbaar heeft de koning zijn verstand verloren.” Mompelde ze in zichzelf. Maar ze waren hulpeloos. Zij gingen direct terug naar de koning en deden verslag. De onwetendheid negerend van zijn bediende wist de koning de werkelijke waarde van deze man die bij zijn kar zat.

Zo maakte hij zich klaar om de grote heilige of grote ziel te ontmoeten, zo nam de koning verschillende grote giften mee. Zijn vrijgevigheid was des te meer op zijn plek in deze situatie. Hij nam zeshonderd wel doorvoede melk koeien mee met kalveren, gouden munten, rijtuigen met paarden, en nog meer geweldige geschenken.

Toen de Koninklijke stoet arriveerde, was Raikwa eerst verrast. Maar hij zag de ware reden van het bezoek van de koning, en zag dat de koning kwam voor spirituele kennis en innerlijke vrede.

De koning maakte zijn opwachting en stond met respect en gevouwen handen voor hem. Hij verzocht Raikwa om zijn nederige giften in ontvangst te nemen en zei hem, zoals de goden hem zeiden, dat hij zou moeten aanbidden om werkelijk geluk te verkrijgen. Hoewel, de filosofische Karrenman, niet echt in bekoring was van deze rijke giften. Hij verwelkomde ze niet echt. Hij zei op een berispende toon, “O Koninklijke vriend, waarom verspil je deze zaken aan mij? Dit alles en honderd koninkrijken kunnen geen spirituele wijsheid kopen. Het is niet iets waar je voor kunt onderhandelen of kopen op de markt. Deze geschenken die je hebt mee genomen zijn niets waard voor mij.”

De koning voelde zich gekwets door deze opmerking. Maar zijn respect voor Raikwa verveelvoudigde, toen hij de nonchalante houding ten opzichte van de materiele bezitterigheid zag. Teleurgesteld en hulpeloos voor het moment, keerde de koning terug naar zijn hoofdstad. Maar hij was al onder de invloed gekomen van Raikwa. De langer hij van hem wegbleef, voelde hij zich steeds meer verloren. Hij hoorde talrijke verhalen van mensen die met een verscheurt hart naar Raikwa gingen en gekalmeerd en tevreden terug kwamen. De koning besloot om nog een poging te wagen om bij de filosoof te geraken. Nogmaals ging hij nu in een nederig gemoed en als bedelaar naar de heilige van de kar. Hij naderde hem en bedelde om kennis.

Raikwa zag dat de koning nu rijp was voor de spirituele lessen, en daarom verwelkomde hij hem met warmte. Toen leiden de koning Raikwa naar zijn onderkomen en behandelde hem met alle respect. Zij hadden intieme en lange gesprekken over de zaken van de mind en zaken van de spirit.

Raikwa zei: “gevarieerd zijn de Goden die de mensen aanbidden als de hoogste godheid. De zwepende wind, het vlammende vuur, de ademende vitale krachten worden aanbeden als een god bij velen. Maar de Spirit, oneindig en eeuwig, creëert alles en onderhoud het. De Spirit eet niets, het heeft niets nodig, en is self-supported en zelf bevredigend. Alles behoort tot de Spirit. Alles is het instrument en doet alles wat hij wil.

“O koning! Heb nog trots of ijdelheid voor de goedgeefsheid die je betracht. Ga o grote koning, naar het paleis en geef zonder trots. Geef ruimhartig maar niet vanuit egocentrisme. Geef ruimhartig maar niet met een oog naar roem. Geef maar niet alsof het van jou is, maar als iets dat door de Spirit is gegeven om door te geven. Hij die deze waarheid ziet wordt een ziener en hij hoeft niets en wordt daardoor de genieter van dingen.”

De koning was enorm tevreden met deze woorden van wijsheid en ervaringen welke van Raikwa kwamen. Met het vertrek gaf hij duizend melk koeien, vele munten en rijtuigen, en zijn eigen dochter om met Raikwa te trouwen. Dit keer weigerde Raikwa niets.

Vanaf dat ogenblik, werd het dorp bekend als Raikwaparna, genaamd naar de filosoof van de kar.

 

In dit mooie verhaal uit de Chandogya Upanishad leert ons een aantal zaken. Een hiervan is de moraal van het schenken en weg geven van goederen, diensten en liefde. Dat de intentie achter het handelen veel bepalender is dan de handeling opzich. Tegelijk laat het zien dat de kasten zoals die werden nageleefd in India niet vanuit de geschriften werden en worden ondersteund.

Ron van der Post

www.yogastudie.nl